Milleniumconcert op de televisietoren 1999                                 

Ik werd een keer gevraagd door VHDVV  om op de TV toren van Goes tijdens Koninginnedag het Wilhelmus te spelen. Ondanks mijn hoogtevrees heb ik dit gedaan want zoiets wordt je niet elke dag gevraagd! Als gitarist heb je toch al gauw de naam altijd te hard te spelen en hier bovenop de toren mocht ik, nee moest ik, zo hard als ik kon. Met 2 x 800 watt P.A. en een gitaarversterker die totaal over de rooie werd gedraaid heb ik die dag drie keer het Wilhelmus laten galmen.

Hieruit ontstond het idee om ook de Millenium wisseling vanaf de tv toren op te luisteren.

 

 

Op de televisietoren van Goes
Koninginnedag 1998
foto: Willem Mieras

 

 

Bij deze eeuwwisseling denk ik aan het verleden maar ook aan de toekomst: in beide gevallen de recente en de verre. Toekomstmuziek is dat wat ik over een minuut zal spelen. Over wat verder dan een minuut weg is, kan ik alleen maar filosoferen. Niemand weet waarheen die weg zal leiden.

Over het verleden is meer te zeggen. Halverwege de twintigste eeuw vond de uitvinding van de eeuw plaats. De gitaristen uit die tijd stonden venijnig op hun gitaren te rammen, maar helaas: je zag ze wel, maar je hoorde ze niet. In het saxofoon- en trompetgeweld van de bigbands waren zij de voorlopers van de luchtgitaarspelers. Een enkeling riep: "Kan het godverdomme wat zachter." Maar de blazers bliezen voort en de gitaristen riepen toen naar Leo Fender: ‘Kan het godverdomme wat harder." En Leo schiep de elektrische gitaar.

In de daarop volgende decenia hebben de gitaristen gruwelijk wraak genomen op die arrogante blazerskliek. Ze hebben het volume tot voorbij de pijngrens opgedreven. Het geluid van een enkele onversterkte gitaarsnaar is zachter dan van een strak gespannen elastiekje. Met volle versterking kun je er vanaf de TV toren in Goes een donderpreek mee houden.

Met een mix van aangenaam ruisende gitaren en boodschappen uit het verleden neem ik daarom afscheid van het Tweede Millenium en omarm ik het Derde.

Een compositie die bij de viering van het millenium moet worden gespeeld, vraagt natuurlijk al snel om citaten uit de muziek van de afgelopen 1000 jaar. Maar kan je uit 1000 jaar zomaar een selectie maken?

Als je dat goed wil doen, moet ‘Alles’ er eigenlijk een plaatsje in vinden. Een dergelijk project vergt jaren en medewerking van muziekhistorici uit alle windstreken. Het gaat nl. niet alleen over onze Westerse muziek, die met zijn twaalftonig stelsel en zijn meerstemmige harmonie trouwens een afwijkende plaats inneemt in de wereldmuziek. Veel wereldmuziek is unisono en veel muziek bevat ook meer tonen dan onze twaalf. Westerlingen herkennen al die tussenliggende tonen niet en ervaren ze al snel als irritant gejengel; in feite worden we echter met onze eigen muzikale tekortkomingen geconfronteerd. Het idee om de wereldmuziek te citeren moest ik daarom maar zo snel mogelijk laten vallen. Ik moest het project iets persoonlijker maken

Toch wilde ik muziek maken die ‘alles’ bevatte. En toen realiseerde ik me ineens dat geluid, net als kleur, uit allerlei frequenties bestaat. Als je alle kleuren van het licht mixed is helder wit licht het resultaat. Als je alle geluidsfrequenties door elkaar mixed onstaat: Witte ruis. Stel: je loopt in een drukke straat ergens in een grote stad. Om je heen hoor je allerlei verschillende geluiden. Je kunt ze onderscheiden. De tram die om de bocht gilt, een fietsbel, roepende mensen, optrekkende en afremmende auto’s. Dan wordt je ineens door een lift honderd meter omhoog getild en dan valt het je op dat je geen individuele geluiden meer kan onderscheiden; alle geluiden zijn versmolten tot witte ruis. Van een afstandje is het straatleven verworden tot ruis.Via een prisma kunnen we wit licht in verschillende kleuren uiteen laten vallen. Een regenboog is volgens de bijbel ter herinnering aan het verbond dat Noah met God sloot. Voor een natuurkundige is het een bewijs van de werking van het prisma. Astronomen zitten gekluisterd aan hun radiotelescopen om te luisteren naar de kosmische ruis en hopen daarin mogelijke boodschappen uit het heelal te ontwaren. In deze ruis zitten de geheimen van de kosmos opgesloten. Zij proberen deze ruis in zinvolle segmenten te ontleden.

Ruis is overal aanwezig. Het ruisen van de zee, van de wind in de bomen op een lazy sunday afternoon. Of tijdens een februari storm. Het is een schelp die je tegen je oor houdt en waardoor je, als je je ogen bij sluitt, in allerlei vreemde werelden terecht kon komen. Of Radio Luxemburg ‘s avonds als je op bed lag te luisteren naar de Stones en The Beatles. Het is het ruisen van je gitaarversterker tijdens de stiltes tussen twee nummers in, en die nog toenam als je, vlak voordat het nummer begon, je overdrive pedaal intrapte. 

Nu is het de oorverdovende stilte die op je valt als je na uren je PC uitzet, omdat je dan direct de ruis mist die de hele tijd op de achtergrond aanwezig bleek te zijn. Ruis is rustgevend, gevaarlijk en tegelijkertijd opwindend. Ruis is de perfecte weergave van het achter ons liggende millenium.Met het onstaan van de CD is de jacht op de ruis begonnen. Ruis werd verbannen. Het zilveren schijfje bevat, mits correct opgenomen, geen ruis. Miljarden guldens zijn daar waarschijnlijk aan gespendeerd. Met het verdwijnen van de ruis ging er ook veel warmte uit de muziek verloren. Experimenten wezen uit dat het toevoegen van een kleine hoeveelheid basisruis aan een verder kristalheldere CD opname, het geluid voller en aangenamer maakte. Toch is het een point of no return. In alle studio’s over de hele wereld is alles er op gericht om muziek af te leveren zonder ruis.

 

Met het verdwijnen van de ruis gaan we nu een heel Millenium achter ons laten.

Wat mij betreft zal dat echter niet geruisloos gebeuren.

Peter Wessel

Goes, december 1999